Iedereen heeft wel een klus of taak die als een zwaar blok aan het been voelt, maar die steeds weer terugkomt. Zoals de was. Die noemen we in ons huishouden vaak de ‘is’. Want als was was is, heb je er geen last meer van. Dan heb je tijd over voor leukere zaken. Maar goed, we hadden het over klusjes als blokken aan benen; auto wassen, schuur uitmesten, netwerk onderhouden, sporten of benen scheren. Het vervelende van activiteiten is, dat het zich tegen je keert als je het laat versloffen. De ‘is’ raakt uiteindelijk het plafond, autorijden wordt gevaarlijk vanwege de vieze ruiten, fietsen is onmogelijk door alle uitpuilende rommel in de schuur, vrienden haken af, je body mass index neemt angstaanjagende vormen aan en het libido van je partner kakt in. Met andere woorden: je hebt geen andere keuze dan je over te geven aan vervelende maar noodzakelijke klusjes.
Mijn meest weerstandverhogende klusje is fotoboeken bijhouden. Met één man, drie kinderen, twee katten, drie oma’s, twee opa’s, twee broers, veel neven en nichten en nog meer vrienden en vriendinnen, worden er nogal wat foto’s gemaakt. En moet ik nogal wat foto’s inplakken. Daarnaast zijn de twee oudste kinderen nogal productief op school. Wat weer resulteert in tassen vol bewaarsels die eigenlijk ook een plek moeten krijgen in de plakboeken van het leven. Zoals de meeste ouders ben ik vaak verwonderd over de creaties van mijn kinderen. Ik meen dat plakwerkjes, schilderijen en intuïtief gekleide kandelaars van onschatbare waarde zijn in hun ontwikkeling. Zo verdwijnt menig mijlpaal in ons huishouden naar de zolder in afwachting van verdere archivering. Daar stapelt de geschiedenis zich op. En mijn last wordt zwaarder.
Even heb ik gedacht om mijn lief deze taak toe te bedelen. Wij zijn tenslotte de enige die de kinderen hun eigen ‘roots’ mee kunnen geven. Ik gooide laatst een balletje op. “Dat kun jij veel beter dan ik, schat. Jij onthoudt dat veel beter en je bent zo lekker creatief”, was zijn reactie. Dat schiet lekker op. Vandaar dat ik laatst maar weer aan het knippen en plakken ben geslagen. En wat bleek, toen ik eenmaal begonnen was, verdween mijn weerzin. Met de eerste koppoter van onze oudste in de hand mijmerde ik over de gedachte hoe snel de tijd gaat. Ik kreeg de smaak te pakken en werkte me door een aanzienlijke hoeveelheid knutsels heen.
Toen ik een paar dagen later een stapel mappen en een aantal lege tassen over had, kreeg ik een visioen. Wat als mijn kinderen, als ze volwassen zijn, het als een zware last ervaren om met dozen vol archief het ouderlijk huis te verlaten?
Is er dan een wetmatigheid te ontdekken in steeds terugkerende klusjes? Zijn alle terugkerende activiteiten onzinnig? Dan stop ik ook acuut met ramen wassen!
Eef