Ik word er altijd lacherig van als ik mezelf moet voorstellen. Mijn naam lukt nog wel. Hallo, Eef Heijnstra. Maar ik heb een gevoelsleeftijd van 27, dus mijn leeftijd noemen is al snel een probleem. Op mijn zevenentwintigste kreeg ik mijn eerste kind. Dat was voor mij de start van mijn second life. Maar ja, zeven jaar later kom ik daar niet meer mee weg. Dus ik sta voortdurend te tellen: “2009 minus 1975 is ...”
Dan komt vaak de volgende onvermijdelijke vraag: burgerlijke staat. Dat is lastiger om zonder stamelen te verwoorden. Ze noemen het niet voor niets burgerlijk. In één adem pers ik er dan uit: “Ik ben getrouwd, heb een man en drie kinderen.” Meestal wordt dat haastige zinnetje gevolgd door een verbaasde blik van de ander, alsof het niet waar is wat ik zeg. Dat ligt dan waarschijnlijk op de manier waarop ik het zeg.
Het leven wat ik nu leid is volgens de norm dat van een volwassen vrouw. Maar het gekke is dat ik me niet altijd zo voel. Ik kom ze toch regelmatig tegen, volwassen vrouwen. In de supermarkt met jengelende kinderen in hun karretje, op het plein bij de school van dochter en zoon 1 en op mijn werk. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat ze zorg dragen voor hun kinderen, hun huishouden. Terwijl mijn lief en ik elkaar regelmatig aankijken en ons afvragen of we zélf wel kunnen zorgen voor drie kinderen, twee huisdieren, een huishouden, twee auto’s en elkaar.
Toch dat brengen we er eigenlijk niet eens zo slecht vanaf. De kinderen zijn vrolijk. De katten lijken stabiel. Door ons huishoudmanagement eten we alleen friet als we écht geen zin hebben om te koken en niet omdat de koelkast leeg is. De auto’s vind ik niet zo belangrijk. En samen hebben we het leuk.
Eigenlijk ben ik toch een volwassen vrouw?
Groeten. Eef