Er zijn momenten dat ik mij zorgen maak over wat de toekomst brengt. Komen mijn kinderen goed terecht? Sterven de pandaberen uit? Hoe storm ik door op de arbeidsmarkt? Laatst piekerde ik over de vraag hoe het moet als mijn kinderen uit de luiers zijn ... Niet omdat ik bang ben voor het moment dat het jonge en onschuldige verdwijnt, maar om een praktische reden: luierdoekjes.
Wat moet ik ooit zonder die dingen? Ze zijn namelijk multi-inzetbaar, never leave home without it. Tijdens ontelbare gelegenheden brachten de natte doekjes redding. Bijvoorbeeld om een kleffe tafel bij McDonald’s te ontsmetten. Of om kindervingers kauwgomvrij te maken (dat werkt overigens uitstekend!). Om mijn kroost schoon te poetsen als we op bezoek gaan bij die vrienden zonder kinderen en mét wit bankstel.
Of zoals laatst op vakantie in Frankrijk. Op het heetst van de dag belandden we in een oude ruïne van een hoog op een berg gelegen kasteel. Lief en ik waren tevreden over ons plan van aanpak. We hadden de jongste in een draagzak omdat de kinderwagen niet mee kon – het vervallen bouwwerk was slechts via trappen bereikbaar. Zo passeerden we een aantal mopperende toeristen met te zware peuters op de arm. Wij lachten in ons vuistje, tot de middelste haar gekende zin sprak: “Ik moet plassen.”
Zul je altijd zien. Sta je in wat voorheen een kasteel was, en geen wc te vinden. Op zich niet vreemd in een ruïne. Maar goed, we zijn niet voor één gat te vangen. Dus zocht ik de beschutting van enkele kantelen op om dochterlief haar behoefte te laten doen. Terwijl ze de plas liet stromen, zuchtte ze merkbaar opgelucht: “En nu moet ik ook nog poepen...”. Tja, tijdens dit soort uitstapjes leer je alle hoeken van je creatieve brein benutten. Er zat niks anders op, het was geen optie de drol daar te laten liggen. Ik bedoel, het was dan wel een vervallen bende maar toch, dat doe je niet als nette toerist.
Die middag in Frankrijk brachten de doekjes ons veel goeds. Ik verpakte de drol in zo’n 25 stuks. En we zetten onze tocht voort. Ik droeg het pakketje voor me uit want om het nu in de tas tussen de boterhammen te vervoeren? Vanwege het welriekend parfum hadden onze tegenliggers geen notie van de inhoud. En gelukkig stond bij de uitgang een vuilnisbak; nog nooit zo blij geweest met een vuilnisbak.
Dit is zo’n situatie waarvan ik denk: “Hoe moet dat als ik straks drie pubers heb?” Goed, je mag er van uit gaan dat ze tegen die tijd hun behoefte kunnen ophouden. Maar toch. Bij andere calamiteiten wordt het me waarschijnlijk niet in dank afgenomen als ik een pakje babydoekjes uit mijn tas tover. Gênant! Ik hoop dat mijn creatieve brein dan een ander hulpmiddel heeft bedacht wat me helpt én wat in mijn handtas past. Is misschien wel een gat in de markt: puberpoetsers!
Eef